Een andere benadering
Iemands zelfbeeld heeft alles te maken met eigenwaarde. Daarom ervaren beelddenkende kinderen en jongeren het als een bevrijding als ze horen dat ze ‘beelddenkers’ zijn, een aanleg waar je trots op kunt zijn. Daarmee komt hun anders-zijn ineens in een ander daglicht te staan: geen zogenaamde ‘diagnose’, maar een bijzondere aanleg met bijbehorende bijzondere talenten! Velen gaan zichzelf dan spiegelen aan beroemde kunstenaars of schrijvers, topsporters of uitvinders, avonturiers of strijders voor een rechtvaardiger wereld omdat die mensen dezelfde aanleg hebben. En dát geeft een boost! In deze nieuwe viskom telt het niet hoe zij scoren bij bepaalde schoolvakken (waar vaak hun zwaktes liggen), maar juist in datgene waar hun sterktes zitten.
Dominante hersenhelften
Beelddenkers verwerven van nature informatie op een andere manier dan hun klasgenootjes, hun leerstijl is anders. Zij putten uit een ander vaatje, hun rechter hersenhelft wel te verstaan. Hun manier van denken staat veelal haaks op die van het onderwijs dat zich voornamelijk richt op taken die juist worden aangedreven door de linker hersenhelft. Een veel grotere groep is immers links sterker ‘bedraad’. En zo zijn beelddenkers gaan horen tot de minderheid.
De werkelijkheid van het leven is altijd weerbarstiger dan welke theoretische constructie dan ook, inclusief die ik hierboven heb neergezet. Daarom denk ik dat het merendeel van de mensen waarschijnlijk hier ergens tussenin zit. Het onderwijs echter richt zich bijna uitsluitend op die ene groep die links een dominante hersenhelft heeft. Deze zogenaamde ‘lineaire denkers’ zijn van nature goed in geordende, systematische taken. Zij doen hun informatie voornamelijk op via taal en kunnen het beste leren via kleine, gestructureerde tussenstapjes. Ongeveer zoals dit gaat bij het correct formuleren van zinnen.
Deze sterke focus op taal (zelfs bij het rekenen) stelt echter die leerlingen voor problemen die rechts hun dominante hersenhelft hebben. Omdat het onderwijs hierover nog steeds onvoldoende is geïnformeerd, schreef ik “Hoe je zorgleerlingen vleugels geeft”, een praktische handreiking aan docenten.
Een andere leerstijl
Beelddenkers verwerven hun informatie niet in eerste instantie via taal maar via mentale beelden. Zij leren uit zichzelf ook niet geordend en stapsgewijs maar in sprongen. Deze snelle en ogenschijnlijk chaotische manier van denken gaat veelal samen met een meer dan gemiddelde creativiteit en originaliteit, oplossingsgerichtheid en/of sociale betrokkenheid. Dát is hun visitekaartje.
Het goede nieuws
Het goede nieuws voor (ortho)pedagogen, onderwijskundigen en andere professionals die zich inzetten voor optimale educatie: het begrip ‘beelddenken’ bijt diagnoses niet die vermeld staan in het handboek om bijvoorbeeld dyslexie vast te stellen (de DSM-5). Anders gesteld: het plakkertje ‘beelddenken’ wil zich niet positioneren tegen diagnostische instrumenten en/of wetenschappelijk gefundeerde handelingsplannen. Want beide zienswijzen hebben hun merites en hebben in de praktijk bewezen uitstekend naast elkaar te kunnen floreren.
En, als het goed is, maken al deze mensen zich druk omdat zij compassie voelen voor het moeilijk lerende kind. (In mijn geval compassie met ‘beelddenkers’ die zoveel moeite ondervinden met automatiseringstaken.) En, minstens zo belangrijk, omdat zij compassie voelen voor het lage zelfbeeld dat kinderen door dit alles ontwikkelen!
Misschien is de tijd er rijp voor om wetenschappelijk onderzoek te doen naar die specifieke, andere leerstijl van beelddenkers. Dan hoef je geen appels meer met peren te vergelijken. Wie pakt het op?
(Wordt vervolgd)
