Het is maar hoe je het bekijkt
Als je mijn kipjes in het zand hun dagelijkse bad ziet nemen, zou je niet vermoeden dat zij zoveel gemeen hebben met beelddenkers zoals ik. Spriet, degene die mij elke dag enthousiast tegemoet rent, stemt nog het meeste overeen. Zij is dol enthousiast, nieuwsgierig en als de kippen erbij zodra er wat nieuws valt te beleven. Net als zij ga ikzelf ook het liefst met de kippen op stok, hoewel ik het gezelschap van mijn echtgenoot verkies boven dat van hen. Alleen is er tussen mij en mijn tokkelbouten enig verschil te bespeuren wanneer zij zich van luizen trachten te ontdoen. Gelukkig hoef ikzelf zo’n luizenbad niet meer te nemen sinds mijn zoon de basisschool verlaten heeft.
Maar voor de rest, als je mij op afstand hartelijk zou toezwaaien, reageer ik vanzelfsprekend enthousiast. Maar ik weet echt niet met wie ik te doen heb, tenzij je dichtbij mij staat. Ik ben namelijk zo kippig als wat, net als Spriet en Dicky.
Beeldvorming
Het is maar hoe je het bekijkt. Onze kijk op de wereld wordt behoorlijk beïnvloed door gedeelde beeldvorming die daarmee altijd tijdgebonden is. Zo denkt men ten aanzien van zorgleerlingen tegenwoordig bij voorkeur vanuit hun problematiek, heel begrijpelijk. Want dan kun je hiervoor gericht op zoek gaan naar oplossingen. Er is hiermee bijzonder mooi werk verricht, vooral ten aanzien van kinderen met autisme en/of ADHD. Hoeveel onontwarbare problematiek was er niet eerst (bij hen thuis en op school) voordat zij deze diagnose kregen?!
Maar toch, deze beeldvorming, dit overheersend thema om mensen vanuit hun problematiek in ‘stoornissen’ onder te verdelen (vanwege hun ongewenste gedrag), heeft niet enkel zonnige kanten. Veel autisten en ADHD’ers leren in de loop van hun leven enorm veel bij op het gebied van gewenst gedrag. De buitenwereld echter blijft hen desondanks vaak zien als ‘mensen-met-een-probleem’. En wat dacht je wat er gebeurt met hun zelfbeeld? ‘Ik ben iemand met een probleem’…
Diverse mensen daarentegen heb ik ontmoet die op latere leeftijd ontdekten dat zij beelddenkers waren. Deze ontdekking heeft hen intens gelukkig gemaakt omdat deze benaming verwijst naar een bijzondere aanleg met bijzondere kwaliteiten. (Dus niet naar een of ander afwijkingstype.) Ik ben er zelf zo eentje.
Hoort, zegt het voort
‘Eindelijk iemand die mij begrijpt’, kreeg ik dan te horen. Maar ja, deze uitroep was niet zozeer het gevolg van mijn eigen wijsheid, maar dat van verstandige mensen die mij hierin zijn voorgegaan. Mensen die vanuit een andere beeldvorming naar mensen keken. Al tachtig jaar geleden is voor het eerst het begrip ‘beelddenken’ gehanteerd. Maria Krabbes eerste vermoedens dateren al uit de jaren ’30 van de vorige eeuw en werden twintig jaar later overgenomen door de jongere Nel Ojemann die ondermeer hiervan haar levenswerk maakte. Ik heb het geluk gehad dat ik nog van haar heb les gekregen, dankzij de inspanningen van de jongere Hester Brouwer die op haar beurt getracht heeft om de positieve beeldvorming over beelddenkers aan een volgende generatie door te geven.
En ook ikzelf voel me nu geroepen om deze visie aan een volgende generatie door te geven met het boekje dat eraan staat te komen:
‘Hoe je zorgleerlingen vleugels geeft
& iedereen om hen heen;
Handreiking aan docenten’
Dit naar aanleiding van de Wet op het Passend Onderwijs die in zal gaan op 1 augustus a.s.

