Sommigen talig, sommigen niet

Meisjes zijn slimmer?
Met deze tekst (zonder vraagteken) opende deze week Feite Hofman een uiterst geestige column in het Tijdschrift voor Remedial Teaching (jaargang 19; 2011, nummer 2). Dit tijdschrift wordt bijna alleen door vrouwen gelezen. Remedial teachers zijn nu eenmaal voornamelijk dames. Dit kopje is dus een schot voor open doel? Ik denk dat Feite de ware coach in ons wil prikkelen. Hieronder mijn reactie aan hem naar aanleiding van een dieptriest, waar gebeurd verhaal dat ik onlangs hoorde.

Hij kon niet leren
Teun (39), succesvol bedrijfsleider binnen een metaalbedrijf is al anderhalf jaar overspannen. Zijn zoontje van 6 heeft de diagnose adhd gekregen. Vader moest ook maar aan de Ritalin. “Dat doe ik niet,” was zijn reactie, “ik ben toch niet gek?!”

Teun was, tot aan zijn burn out, een uiterst sociale, spontane knul met een grote schare vrienden en een pracht van een vrouw. Als klein kereltje heeft zijn moeder hem naar het speciaal onderwijs moeten sturen vanwege dyslexie. “Hij kon niet leren”, heette dat toen. Zijn zus daarentegen kon wel “goed leren” en werd het troetelkind van moeder. Hoe de kinderziel van Teun dit heeft opgepakt laat zich gemakkelijk raden. Hoe het kind in hem op dit moment opnieuw lijdt eveneens!

De taligheid in het onderwijs neemt toe
De leerkrachten in het basisonderwijs zijn tegenwoordig bijna allemaal juf. En meisjes zijn nu eenmaal taliger dan jongens, heeft hersenonderzoek aangetoond.

Steeds vaker lezen we verslagen in de krant dat meisjes op school beter presteren dan jongens. Dus, zegt men algauw: meisjes zijn slimmer. Teun’s moeder was geen uitzondering. Teun had moeite met het schoolvak taal en “kon dus niet leren”. Een verhaal waarbij je de tranen in de ogen schieten, niet?

Geen kraan die er naar haait
Bij dyslectici, adhd’ers en andere beelddenkers (zonder enige diagnose) zijn het hun ogen die hen de meeste informatie geven. De taal die daar soms voor nodig is komt pas later. Associaties helpen enorm om bij hen het denkproces in gang te zetten en om het werkgeheugen te voeden. Want er moet immers naarstig worden gezocht naar woorden die passen bij het denkbeeld.

Het is een veel voorkomende denkfout dat beelddenkers niet talig zouden zijn Ikzelf ben daarvan het bewijs. Ik houd van vreemde talen, lees veel en schrijf een weblog. Toch wemelt het in mijn spreektaal van woorden als “dinges” als ik weer eens niet op het goede woord kan komen. Ik zeg aan tafel ook zonder enige schroom: “Leg je billetjes maar op mijn schortje”. Geen kraan die daar naar haait, wel?

De niet talige, exacter aangelegde beelddenker heeft hier nog veel meer moeite mee. Het kost hem ook veel meer “vertaaltijd” om de juiste woorden te vinden.

In Cito-toetsen zien beelddenkende kinderen ook altijd meer mogelijkheden dan anderen in de meerkeuzevragen ervan. Zo worstelen volwassen beelddenkers met formulieren! En daarover gaat het volgende hoofdstuk.

Volgende hoofdstukken: 8.Creatief, 9.Altijd bezig, 10.Gevoelig, 11.Nieuwsgierig, 12.Speels, 13.Impulsief, 14.Tijdloos, 15.Sfeergevoelig, 16.Verbonden met de natuur, 17.Praktisch, 18.Doorzetter, 19.Avontuurlijk , 20.Uitgesproken, 21.Inventief, 22.Grappig, 23.Energiek, 24.Intuïtief, 25.Spiritueel, 26.Inspirerend, 27.Betrokken, 28.Gevoelig voor schoonheid, 29.Veelal bescheiden, 30.Verhalenverzamelaar

About Pien

In de zelfkenniswerkplaats van Pien helpt de zelfkennismethode (ZKM) op weg naar dichterbij
This entry was posted in Geen categorie and tagged , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Jouw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *