Het voelt goed of niet, snelle inschatting van mensen, intuïtief aanvoelen, aangeboren breinvoorkeur, right side brained people, speelsheid en dynamiek, gelijktijdigheid in opdoen van informatie, improviseren, muzieknotenschrift, voorkeurmanier van leren, wachtwoorden onthouden
Het voelt goed of niet
Soortgenoot beelddenkers zullen het meteen herkennen: iets voelt goed of niet. Een tussenweg is er niet.
Toen onze zoon 9 jaren jong was kwam hij kennismaken met een gitaarleraar. Wachtend in de gang voelde het al niet goed. Je hoeft bij zo’n jong beelddenkertje dan niet aan te komen met argumenten om het toch maar te proberen. Ook niet bij oudere. Je kunt maar beter op zoek gaan naar een andere leraar.
Ik kan me niet herinneren dat ik er, met die snelle inschatting van mensen, ooit helemaal naast zat. Maar misschien geldt dit alleen voor sensitieve beelddenkers zoals ik. Het zou daarom interessant zijn wanneer jij, lezer van dit blog, je ervaring met ons zou willen delen, onderaan deze pagina.
Speelsheid en dynamiek
Volgens mij heeft die sterke intuïtie van beelddenkers te maken met hun aangeboren breinvoorkeur. Zij behoren tot de zogenaamde “right side brained people”. Het rechter brein zorgt ondermeer voor de zintuiglijke informatie, associaties, ruimtelijk inzicht, fantasie, kleur- en ritmebeleving. Als deze informatie nu wordt gecombineerd met andere, leidt dit soms tot een intuïtief aanvoelen.
Het merendeel van de mensen in onze westerse wereld heeft een breinvoorkeur voor links. Hiermee bieden zij de maatschappij orde en regelmaat. De beelddenkers schenken speelsheid en dynamiek.
De kunst van het improviseren
Omdat de “rechts gebreinden” hun specifieke informatie gelijktijdig opdoen verstaan veel beelddenkers de kunst van het improviseren. Op velerlei praktische terreinen. Bij het aanleren echter van geordende, lineaire taken kunnen zij niet op hun intuïtie vertrouwen en raken daarin vaak gestrest.
Zo kwam Saartje (15) laatst bij me, een getalenteerd meisje dat, ondanks haar dyslexie, een echte boekenwurm is geworden. Nu zoekt ze een passende manier om het muzieknotenschrift te leren lezen.
Tekenen, pianospelen en drummen zijn haar passies. Op YouTube hoort ze een melodie, kijkt naar de vingerzettingen, probeert het vervolgens zelf uit. Zo maakt zij muziek. Niet toevallig gaat haar voorkeurmanier van leren daarom via visuele beelden, klanken, ritme en beweging.
Met haar zoekend uitproberen op de piano legt ze nu verbinding tussen de muzieknotatie en haar improvisatietalent. Verder maakt ze veelvuldig gebruik van associaties. Tijdens het tekenen van de G-sleutel voelt ze bijvoorbeeld de vloeiende beweging van een balletdanseres. Bij die van de F-sleutel de beweging van een Ierse volksdanser. In de dubbele punt ervan voelt ze een danssprongetje.
Saartje vindt het leerproces hiervan niet alleen superleuk, ze is ook super gemotiveerd. En het gaat vet goed!
Wachtwoorden onthouden
Op dezelfde manier kun je als beelddenker ook ellendige wachtwoorden instuderen. Doe dit vooral speels, met associaties en zet daarbij minstens drie zintuigen in.
Hoe onthoud je nu deze wachtwoorden?
Tja! Dat is nu juist ons zwakke punt. Bewaar ze daarom toch maar goed in een schriftje. Want met dit soort taken schiet ons geheugen regelmatig op zwart. Tenzij je ze voortdurend blijft gebruiken!
Ook Saartje zal haar nieuw verworven vaardigheid moeten blijven oefenen. Als ze tenminste wil voorkomen dat alles weer vervliegt voordat ze zich aanmeldt bij de Rockacademie.
Volgende hoofdstukken: 25.Spiritueel, 26.Inspirerend, 27.Betrokken, 28.Gevoelig voor schoonheid, 29.Veelal bescheiden, 30.Verhalenverzamelaar

Ik ben beelddenkend. Het niet lineair werken van mij, lijkt op een ongeleid projectiel. Als iets niet lekker gaat, kan ik meteen een andere weg inslaan.
Maar met lineair werk gaat dat niet. Ik voel me dan opgesloten, ingeperkt. Het kost mij concentratie in het kwadraat om een lineaire weg te blijven volgen.
Zo wil ik ook even reageren op die muzieknoten. Het is bij mij zo dat ik absoluut niet geneigd ben om in taal te denken. Namen van akkoorden, zoals A, B, C, F# zeggen me niets. Daar moet ik veel moeite voor doen. En deze moeite kun je ook slecht combineren met het uitzoeken van de vingerzetting op de piano. Dat switchen van de rechter hersenhelft naar links is voor mij als een weg door een hersenlabyrint. Lineaire informatie is voor mij te specifiek, het is een denken in hokjes. Als ik dus een stuk muziek in muzieknoten moet vertalen vergt dat veel administratief werk. De muziek is voor de oren prachtig. Voor de ogen is het een labyrint en dat is heel erg.
Datzelfde probleem heb ik met praten en schrijven. Je hebt te veel schrijf- en zegwijzen voor hetzelfde beeld.
En die wachtwoorden vergeet ik geheid. Ik maak er meestal een cryptogram van zoals all1hoog8tende. Voor een mens is hier uit te komen, maar niet voor een computerrobot.
Verzamelen van dingen die ik leuk vind, is ook typisch iets voor beelddenkers.
Ik zwem in de hobby’s, verzamel oeverloos. Hier iets mee gaan doen is niet de lol. Wel het verzamelen ervan en de fantasie daaromheen, zoals die over de geheimen van het ongebruikte ding. Maar ik moet wel erg opletten waar ik aan begin.
Ik vond het leuk even te reageren.
Zo grappig om te lezen dat we allemaal tegen dezelfde dingen aanlopen en ervaren. Bv. de muzieknoten: onze zoon (10jr) zit al 2 jaar op trompetles. Ik merkte al snel dat het allemaal wat langzamer ging vergeleken met zijn oudere zus (klarinet). Met zijn leraar erover gehad en die staat gelukkig open voor alles. Hij wilde met hem wel de noten uit het boek aanleren, maar …. ook erg gaan trainen met zijn oren. Ik help hem dan in het begin met de juiste noten, de juiste duur van de noten en de snelheid. Als hij dat een paar keer heeft gehoord is het onvoorstelbaar, maar speelt hij het zo na! Uit zijn hoofd, via zijn gehoor. (En ja, als er in het begin fout aangeleerd is, blijft die fout er vaak hardnekkig inzitten.) Het is zo mooi dat zodra er muziek is zijn lijfje al mee begint te bewegen of mee gaat tikken met zijn voet op het ritme.
En dat je moet praten als brugman als ze iets echt niet willen: Hij heeft de kans om ook bij de jeugdafdeling van de harmonie hier te komen spelen. Maar nee: hij blijft bij zijn leraar. Het voelt goed: hier voelt hij zich veilig en deze begrijpt hem (gelukkig!). Alle argumenten die ik aandraag snapt hij wel (gewoon proberen, gezellig met groep kids muziek maken en toch de gewone lessen bij deze leraar blijven volgen, etc), maar alles blijft dus volgend jaar gezellig bij het oude.
Verzamelen??!! Ahum, als het aan hem ligt worden alle dingen uit de natuur verzameld: takjes, eikeltjes, stenen (die brengen dan geluk. Waarom? Omdat het een mooie kleur of vorm heeft). Bierdopjes, kaartjes van de voetbal. Elk jaar weer en elke aktie, waar dan ook. Autootjes, papiertjes, Robots, stuiterballen. Je kunt het niet bedenken. En ja, hij heeft een grote kamer…….
En heerlijk het zien van het spelen met die dingen. Hele scenario’s. In zijn eigen wereld.
En is de aktie voorbij? Dan is die ‘druk’ van het moeten verzamelen ook weg.